PVDA: Versterkt positie van Vereniging van Eigenaren

zaterdag 4 april 2009

PVDA: Versterkt de positie van Vereniging van Eigenaren

De PVDA zal tijdens de begrotingsbehandeling van de VROM op woensdag 9 november  2005 een actieplan presenteren om de positie van vereniging van eigenaren te verbeteren. Tweede Kamerlid Staf Depla: We moeten de deskundigheid en onderhoudfondsen van de vereniging van eigenaren op orde brengen om te voorkomen dat door slecht onderhoud de steden verloederen. 

Gemeenten steken veel geld in het verbeteren van het particulier woningbezit in buurten waar de leefbaarheid sterk onder druk staat. Maar door slecht functionerende VVE’s (Vereniging van Eigenaars) begint het verval al op het moment dat de steigers worden weggehaald. Dat moet worden voorkomen. Zeker nu het aantal VVE’s groter wordt omdat corporaties portieketagewoningen en galerijflats verkopen aan huurders.

Ook voor nieuwbouwprojecten van rijtjeshuizen is de VVE een perfecte vorm om gezamenlijk onderhoud te plegen en het beheer van gemeenschappelijke tuinen en parkeergarages te organiseren. Op die manier kan de VVE zich ontwikkelen als een variant op de oude woningbouwvereniging voor de Eenentwintigste eeuw. Daarom heeft de PvdA Tweede-Kamerfractie een actieplan Vereniging van Eigenaars geschreven. Het plan zal tijdens de begrotingsbehandeling van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer worden gepresenteerd.

De kern van het actieplan is het stimuleren van goed geleide VVE’s die genoeg geld in het onderhoudsfonds van de vereniging hebben zodat ze tijdig onderhoud kunnen plegen. De PvdA wil wettelijk vastleggen dat alle VVE’s minimaal twee procent van de WOZ-waarde, de door de overheid vastgestelde waarde van je huis, jaarlijks in het onderhoudsfonds storten.

Verder wil de PvdA extra aandacht besteden aan de buurten waar de leefbaarheid onder druk staat. Volgens de PvdA is het bij uitstek een publieke taak van corporaties om het beheer van deze VVE's voor haar rekening te nemen. Eigenaarbewoners van kwetsbare woningen, die gebouwd zijn vóór 1970 en met een maximale waarde 250.000 euro, kunnen als het aan de PvdA ligt hun bijdrage aan het onderhoudsfonds aftrekken van de belasting als de VVE een onderhoudsplan heeft gemaakt.

Actieplan Vereniging van Eigenaars

We moeten de deskundigheid en de onderhoudsfondsen van de Vereniginging van Eigenaars op orde brengen, willen we voorkomen dat de stadsvernieuwingsopgave van de 21e eeuw ontstaat.

  • VvE’s zijn in Nederland slecht georganiseerd
  • onderhoudsfondsen zijn niet tot nauwelijks gevuld
  • complexen worden met achterstallig onderhoud verkocht
  • wettelijk is een VvE verplicht tot een onderhoudsreservering, maar over de hoogte doet de wetgever geen uitspraken
  • de bewoners van de goedkope voorraad kunnen zich geen grote onverwachte onderhoudsuitgaven veroorloven

Daarom willen wij:

  • een professionalisering dmv certificering van de VVE’s en hun beheerders
  • dat minimaal 2% van de WOZ waarde in het onderhoudsfonds wordt gestort
  • dit wettelijke minimum moet onbelast zijn, valt dus niet in box 3
  • een landelijk informatiepunt voor VvE’s

Daarenboven willen wij voor de kwestbare voorraad (woningen gebouwd vóór 1970 en maximaal waarde 250.000 euro):

  • corporaties behoren een garantieonderhoud te geven: in de verkoopprijs van de appartementen is voor tien jaar tegen kostprijs onderhoud meegenomen
  • corporaties zorgen tegen kostprijs voor het beheer van de VvE’s, dit is een publieke taak
  • de mogelijkheid voor gemeenten om een Algemene Woningkeur te hanteren
  • de eigenaar bewoners kunnen hun bijdrages aan de onderhoudsfondsen aftrekken

De PvdA-fractie doet met dit actieplan een substantieel voorstel voor professionalisering van de VvE’s in algemene zin, en voor gezondere VvE’s in het kwetsbare deel van de woningvoorraad in het bijzonder. En dat is hard nodig.

Den Haag, 8 november 2005


Vereniging van Eigenaars als volwaardige woonvorm

Van de 6,8 miljoen woningen die Nederland telt is een half miljoen georganiseerd in een structuur van Vereniging van Eigenaars. Onze volkshuisvesting heeft zich traditioneel ontwikkeld via het privé bezit (vrijstaande woningen, rijtjeshuizen), de gemeentelijke woningbedrijven en de woningcorporaties. De VvE is een relatief onbekende vorm van eigenaarschap in Nederland. Politiek en beleidsmatig is er dan ook weinig aandacht geweest voor de 100.000 VvE’s die Nederland telt.

Wat de PvdA-fractie betreft is die tijd voorbij. Het aantal eigenaren met een woning in VvE verband neemt toe. De organisatiegraad van de VvE kan zeer gevarieerd zijn. In de meer klassieke VvE’s hebben de eigenaren een appartementsrecht en zijn ze gezamenlijk verantwoordelijk voor het casco en de gemeenschappelijke ruimten. Ook de mengvorm van koop- en huurappartementen in één VvE is al langer bekend. Dit is bijvoorbeeld gebruik bij portieketagewoningen en galerijflats die aan huurders verkocht worden, of bij mutatie in de verkoop gaan. Minder bekend zijn de mogelijkheden die de VvE biedt voor eigenaar bewoners in laagbouwwoningen. Niet alleen voor de duizenden Nederlandse rijtjeswoningen die worden omgezet van huur in koop, maar ook voor de vele nieuwbouwprojecten. In Nootdorp is een experiment van start gegaan. De Grote Hof is een project met 270 voornamelijk laagbouwwoningen waarbij gekozen is voor een VvE-constructie ten behoeve van de binnentuinen, de parkeergarage, de verzekeringen en verbouwingen, en de kopers overwegen om gezamenlijk een groot onderhoudsfonds te vormen voor schilderbeurten, dakonderhoud ed. Deze vorm van wonen waarbij individuele kopers ook als collectief optreden is in Nederland nog te weinig bekend. Het verdient veel navolging.

De PvdA-fractie vindt de groei in het aantal VvE’s een goede ontwikkeling. Het mooie aan de VvE is namelijk dat hiermee de oude structuur van de woningbouwvereniging nieuw leven wordt ingeblazen. In zekere zin kan de VvE worden gekenschetst als de 21e eeuwse variant op de oude woningbouwvereniging. Met het belangrijke verschil dat de bewoners nu kopers zijn en geen huurders. In de vorige eeuw zette de volkshuisvesting in op mensen die van een professionele woningvereniging konden huren. Nu gaat het om mensen die appartementslid worden van hun eigen vereniging. De grote slag die nog geslagen moet worden is dat ook die kopersverenigingen voldoende professioneel worden. Daar schort het een en ander aan.

Deskundigheid en onderhoud
Er komt veel kijken bij het besturen van een VvE. Daarom besteden de grotere VvE’s de functie van bestuurder vaak uit aan een VvE-beheerder. De relatief hogere kosten bij kleinere VvE’s vormen voor menig eigenaar-bewoner een struikelblok. Dit is een groot probleem. Nederland telt namelijk héél veel kleine verenigingen: ruim tachtig procent van de VvE’s heeft minder dan tien leden. Deze verenigingen kloppen niet makkelijk aan bij een professioneel beheerkantoor. En mochten de kleine verenigingen al op zoek gaan naar een beheerkantoor, dan is het niet eenvoudig een te vinden. Wat ons betreft ligt hier, zeker wat de goedkope voorraad betreft, een belangrijke taak van de corporaties. De PvdA-fractie is er voorstander van dat in dat geval het beheer van VvE’s tot de reguliere publieke werkzaamheden van de woningcorporaties gaat behoren.

Een ander probleem is het groot onderhoud. Een deel van de particuliere woningvoorraad kent (zeer) hardnekkige bouwtechnische tekortkomingen. Investeringen zijn vooral nodig voor probleemcomplexen in de oudere wijken, maar daar zijn de onderhoudsfondsen slecht gevuld en de VvE’s slecht georganiseerd. Weliswaar bestaat er voor de VvE’s de wettelijke verplichting om een reservefonds in stand te houden ‘ter bestrijding van andere dan de gewone jaarlijkse kosten’, maar over de hoogte van de bijdragen doet de wetgever geen uitspraak. Wij willen dat een minimum storting wettelijk wordt geregeld.

Betrokken overheid
De PvdA-fractie meent dat de overheid een verantwoording heeft om de voorwaarden te scheppen voor gezonde VvE-structuren. Enkele gemeenten zijn hier al zeer actief in geworden de laatste tijd en hebben lokaal plannen ontwikkeld: Bert Kuiper in Almelo, Roelof Bleker in Enschede, Marnix Norder in Den Haag, Eppo Grutteling in Apeldoorn. In deze gemeenten wordt gewerkt aan het actief opknappen van VvE’s met achterstallig onderhoud, voorlichtingsbijeenkomsten (cursus, lidmaatschappen van de landelijke vereniging VvE Belang, en de gemeenten helpen ze aan een laagrentende lening voor onderhoud.

De landelijke overheid heeft haar eigen verantwoordelijkheid. In eerste instantie heeft de overheid de taak om te zorgen voor deugdelijke wetgeving ten aanzien van het appartementsrecht. Ook heeft de overheid in een taak in de voorlichting, en als vraagbaak. Daarom pleit de PvdA-fractie voor een goed geoutilleerd landelijke VvE informatiepunt. Een ondersteunende rijkssubsidie is daarvoor nodig. Dit is noodzakelijk omdat een VvE altijd een complexere eigendomsvorm is dan het volledige individuele eigenaarschap, én omdat het deels gaat om een kwetsbare voorraad. Voor de rijksoverheid is hier samen met de betrokken belangenorganisaties een rol weggelegd.

De PvdA-fractie hecht veel waarde aan voldoende gemeenschappelijke reserveringen voor onderhoud. Nu al is het probleem dat er teveel complexen zijn die zonder hulp van gemeenten niet het noodzakelijke onderhoud kunnen verrichten. Met de groei van het aantal VvE’s, en zeker door de omzetting van huurcomplexen in koopwoningen, wordt dit probleem alleen maar groter. De PvdA-fractie wil daarom dat eigenaar bewoners minimaal 2% van de WOZ-waarde in het onderhoudsfonds storten. Hierdoor ontstaat voor de leden van de VvE minstens de mogelijkheid om onderling zonodig de bijdragen af te dwingen.

Dit brengt ons op een ander vraagstuk. Sinds 2004 worden de stortingen in de onderhoudsfondsen als vermogen bij box 3 opgeteld. De PvdA-fractie vindt dit ongewenst. Het zet onbedoeld een rem op het sparen voor groot onderhoud. Dit, nog los van de vraag of het billijk is de stortingen als vermogen van de individuele eigenaren aan te merken aangezien de eigenaar bij verhuizing de ingelegde stortingen niet uitgekeerd krijgt. Daarom wil de PvdA-fractie dat de ingelegde stortingen ter hoogte van minstens 2% van de WOZ-waarde vrijgesteld worden. Die stortingen moeten dan wel gekoppeld zijn aan een meerjarenonderhoudsplan.

Verder hecht de PvdA-fractie veel waarde aan een vorm van certificering. Met certificering wordt een ijkpunt geïntroduceerd voor een noodzakelijk kwaliteitsniveau van de VvE-voorraad. De certificering heeft betrekking op zowel de VvE’s als de beheerkantoren. Voor eigenaren wordt het mogelijk om een verantwoorde keuze te maken voor een beheerkantoor. Het certificeren van VvE’s geeft gemeenten de mogelijkheid om vat te krijgen op de probleemcomplexen. Overigens verdient het sowieso aanbeveling dat gemeenten VvE’s toetsen op hun deskundigheid en onderhoud. Dit kan bijvoorbeeld op het moment van afgeven van splitsingsvergunningen, of door middel van een kwaliteitsregistratie.

Kwetsbare voorraad
De komende tijd zullen er vele VvE’s door verkoop van corporaties of uitponding van particuliere complexen (pensioenfondsen/beleggers) bijkomen. Het gaat om de vooroorlogse en de naoorlogse voorraad uit de jaren vijftig en zestig. De woningen worden gekocht door de lagere middeninkomens. Er wordt door de gemeenten nu al veel geld en tijd gestoken om dit particuliere bezit, in buurten waar de leefbaarheid sowieso aandacht nodig heeft, op peil te brengen. Het is niet acceptabel dat complexen met achterstallig onderhoud worden verkocht. Voor de PvdA-fractie is het eveneens onacceptabel dat na het weghalen van de steigers de VvE’s niet sparen voor de volgende onderhoudsbeurten. Tegelijkertijd onderkennen wij het probleem dat het gaat om (kleinschalige) VvE’s die weinig deskundig zijn en dat het hier gaat om bewoners die zich geen grote onverwachte uitgaven kunnen veroorloven.

Om te voorkomen dat sluipenderwijs de volgende stadsvernieuwingsopgave wordt georganiseerd wil de PvdA-fractie extra faciliteiten voor deze voorraad in het leven roepen. Daarbij zien wij in het bijzonder een rol voor de corporaties weggelegd. Wij vinden het noodzakelijk dat corporaties die bezit verkopen een garantie onderhoud tegen kostprijs in de verkoopprijs meenemen. Het is aan de gemeenten om hier sluitende afspraken met de corporaties over te maken, en de sociale betrokkenheid van de corporatie ook ná verkoop vast te leggen. Ook moeten de corporaties desgevraagd voorzien in de beheertaken van de VvE’s. Voor de kwetsbare voorraad moeten zij dit doen tegen kostprijs, die activiteiten behoren tot de publieke taak van de corporatie.

Gemeenten moeten de mogelijkheid krijgen om een Algemene Woningkeur voor (delen) van hun voorraad te gaan hanteren. Met deze keuringstandaard voor woningen wordt de eigenaren voorzien van juiste, objectieve informatie over de onderhoudstoestand. Vanwege het vrijblijvende karakter is de vraag naar AWK tot nu te beperkt.

De PvdA-fractie wil in het bijzonder bevorderen dat de meer kwetsbare VvE’s substantieel gaan sparen voor onderhoud. De verantwoordelijkheid van de overheid gaat bij deze complexen verder dan bij de gezondere VvE’s. Daarom wil de PvdA-fractie dat eigenaren hun bijdrages (2% van de WOZ-waarde) voor groot onderhoud aan de VvE’s fiscaal kunnen aftrekken. Daarbij definiëren wij de kwetsbare voorraad als de woningen die een marktwaarde vertegenwoordigen van maximaal 250.000 euro (vgl NHG maximum in 2006) en met een bouwjaar tot 1970. De kosten van deze maatregel ramen wij op 50 miljoen euro jaarlijks.

« vorige